Resonantie tussen verhalen: Hartmut Rosa naast Franciscus

0. Binnenkomst

Broeder M. liet mij de tweepersoonskamer zien waar ik drie nachten zou verblijven. Hij had het rechterbed opgemaakt. Ik was gearriveerd bij het Franciscaanse broederschap in Huijbergen – Brabant – vlakbij de Belgische grens.

1. Inleiding

Ik bezocht dit klooster vanwege de sociaal filosoof Hartmut Rosa. Rosa behandelt twee actuele thema’s: versnelling in onze maatschappij en resonantie. Deze thema’s zijn aan elkaar gerelateerd. Door de versnelling komt onze resonantie met de wereld in gevaar. De gevolgen zijn desastreus: we vervreemden van elkaar en van onszelf1.

Hoewel ik deze thema’s herken in het dagelijks leven, vroeg ik mij af of spirituele tradities hier niet al eeuwenlang voor waarschuwen. Via internet stuitte ik op Franciscus’ hymne Het zonnelied waarover theoloog Speelman expliciet het woord resonantie gebruikt – een manier waarop Franciscus met de wereld leeft en haar niet domineert2. In Huijbergen wilde ik uitzoeken of en zo ja hoe er een relatie is tussen de Franciscaanse spiritualiteit en de thema’s van Rosa.

Als resultaat van dit bezoek zal ik in dit essay de volgende thesis onderbouwen: “De spiritualiteit van Franciscus en de resonantietheorie van Hartmut Rosa verdiepen elkaars betekenis.”

Hiertoe maak ik een werkdefinitie voor het concept resonantie tussen verhalen3. Rosa leidt het begrip resonantie tussen een persoon en de wereld af van het natuurkundige begrip resonantie. Met resonantie tussen verhalen ga ik een stap verder. Daarna werk ik een situatie uit waarin resonantie optreedt tussen de Franciscaanse spiritualiteit en Rosa’s theorie.

2. Definities

Resonantie is een bekend begrip in de natuurkunde. Objecten hebben frequenties waarop zij van nature in trilling komen, de zogenaamde eigenfrequenties. Het ene object zendt een trilling uit en raakt een ander object in de eigenfrequentie, waardoor dit tweede object ook trillingen gaat uitzenden. Als voorbeeld noemt Rosa twee stemvorken, waarbij het geluid van de ene stemvork zorgt dat de andere stemvork geluid uitzendt4.

Rosa gebruikt dit natuurkundige concept in de sociale context, waarmee resonantie een metafoor wordt voor ervaringen in het dagelijks leven5. Hij definieert resonantie als een relatie tussen een persoon en de wereld, waarbij de persoon door een gebeurtenis geraakt wordt, en er een reactie ontstaat6. Een persoon wordt bijvoorbeeld door een mooi gedicht of een verdrietige film geraakt en reageert via ontroering of tranen.

Rosa definieert resonantie in drie verschillende vormen: vertikale, horizontale en diagonale resonantie7. Vertikale resonantie ontstaat tussen een persoon en het spirituele, in de vorm van (een) God, natuur, kunst of zelfs geschiedenis. Horizontale resonantie kan ontstaan in het contact met andere mensen of dieren, terwijl diagonale resonantie ontstaat tussen mensen en dingen, bijvoorbeeld een woonplek.

Rosa zet het begrip resonantie tegenover het begrip vervreemding. Vervreemding is een houding van afstand van een persoon tot de wereld. De wereld toont zich koud, star en zwijgzaam. Burn-out en depressie zijn voorbeelden van vervreemding. Iemand kan dan werk, vrienden en een gezin hebben, maar de interactie verstomt8.

Bij resonantie is het belangrijk dat het steeds om onafhankelijke objecten gaat. Het gaat nooit om een mechanische interactie, zoals een echo of een megafoon. De entiteiten reageren vanuit hun eigen identiteit. Op eenzelfde manier wil ik resonantie tussen verhalen definiëren. Resonantie tussen verhalen kan ontstaan door naar de betekenis van verhalen te kijken. Bij twee zelfstandige, autonome verhalen kan de betekenis van het ene verhaal de betekenis van het andere verhaal beïnvloeden. Door deze wederzijdse beïnvloeding kunnen nieuwe inzichten ontstaan.

Ik zal deze criteria, autonomie, beïnvloeding en nieuwe betekenis, in sectie 5 gebruiken om een resonantie tussen Franciscus’ spiritualiteit en Rosa’s thema’s aannemelijk te maken.

3. Franciscus’ mystieke doorbraak

Franciscus (1181/1182 -1226) groeit op in Midden-Italië in een roerige tijd. Zijn vader is een rijke lakenkoopman, en Franciscus wordt beschreven als ambitieus in zijn sociale omgeving. Hij wil deelnemen aan een voorbereidende kruistocht georganiseerd door paus Innocentius III om Apulië te bevrijden, maar al in de eerste nacht heeft hij een droom. Hij hoort een stem die vraagt: “Wie is er in staat je meer te geven, de knecht of de Heer?”. Franciscus antwoordt dat de heer meer kan geven dan de knecht. De stem vraagt vervolgens “Waarom laat je de Heer dan in de steek voor de knecht en verontachtzaam je de Koning voor de onderdaan?”.

De stem wordt gelezen als de stem van God, de knecht verwijst naar de paus. Franciscus besluit de stem te volgen9. Hij verlaat het pad van meer en hoger en kiest bewust voor het dalende pad van minder en dienstbaarheid. Na een zware emotionele periode10 overwint hij zijn eigen afkeer voor melaatsen en gaat hen dienen. Wat eerst bitter was, wordt zoet en Franciscus hervindt zijn intense liefde voor de wereld11. Zijn volgers noemen zich de minderbroeders.

4. Rosa’s theorie

Hartmut Rosa werkt het thema versnelling van de wereld en de resonantietheorie gedetailleerd uit. Ik beperk me hier tot de hoofdlijnen.

Rosa ziet concurrentie als één van de belangrijkste drijfveren voor de versnelling van het levenstempo12. Concurrentie is een kenmerk van de moderne tijd: oude machtstructuren zijn ingestort en iedereen kan nu rijk, president of allebei worden. Mensen zijn hierdoor in een permanente concurrentie met elkaar en dat heeft twee gevolgen. Ten eerste creëert concurrentie afstand tussen mensen13. Ten tweede zorgt concurrentie ervoor dat we hard moeten werken en lange todo-lijstjes hebben met sociale verplichtingen. Hij noemt de huidige periode de periode van het extreme moeten. Taken worden van buitenaf opgelegd. Onttrekken aan sociale verplichtingen is lastig, omdat dit zorgt voor een schuldgevoel14.De todo-lijstjes zijn zo dominant dat hij spreekt over een totalitaire controle15. Hierdoor ontstaat een epidemisch tijdgebrek16 en vervreemding van de ander en van onszelf.

Het mooie van termen als versnelling, resonantie en todo-lijstjes is dat mensen er een beeld bij hebben zonder dat ze hoeven terug te grijpen op technische definities. Zo sprak ik met een gast in het klooster, en zij herkende het concept resonantie direct in haar werkleven. Ook aan broeder B. vroeg ik wat een woord als resonantie voor hem betekende in de Franciscaanse spiritualiteit. Hij antwoordde direct “Lectio Divina”, een speciale manier van Bijbel lezen.

5. Resonantie tussen verhalen

Om de resonantie tussen deze verhalen aan te tonen kijken we eerst naar de autonomie. Deze twee verhalen zijn elk autonoom: ze spelen in een verschillende tijd – er zit 800 jaar tussen – en in een verschillend domein – sociaal versus religieus.

Rosa’s theorie geeft terminologie om de levensloop van Franciscus in een theoretisch kader te passen. Dat wordt duidelijk als we Gods stem in Franciscus’ verhaal vervangen door de stem van het innerlijke geweten en de knecht vervangen door sociale verwachtingen of todo-lijstjes. Een religieus verhaal van een man geleid door God wordt een verhaal over een mens, die gehoor geeft aan zijn innerlijke stem. Hij trekt zich terug uit het systeem van meer en hoger. Deze omzetting is niet vergezocht, want, zoals in sectie 3 beschreven, leeft Franciscus in een economisch en sociaal dynamische wereld.

Franciscus’ verhaal geeft op zijn beurt betekenis aan Rosa’s theorie in de vorm van een voorbeeld van een geleefd leven. Rosa schrijft dat het onttrekken aan concurrentie welhaast onmogelijk is. Franciscus’ levensverhaal laat zien wat er mogelijk gebeurt als iemand dat toch doet. Het verhaal beschrijft de prijs die hij betaalt: verlies van status, sociale uitsluiting en twijfel, maar ook de geluksmomenten als hij zijn weerstand overwint, en de belangrijke rol van liefde.

Deze twee verhalen, die elk autonoom zijn en elkaar aanvullen, creëren een nieuw inzicht: hoe lastig het ook is voor een individu om zich te onttrekken aan het economische systeem, het kan wel via minder en dienstbaarheid, en er zijn verhalen over. Franciscus’ verhaal laat zien wat dat mogelijk kost en mogelijk oplevert.

De autonomie, de wederzijdse beïnvloeding en het ontstaan van een nieuw inzicht maken dat hier, volgens de werkdefinitie uit sectie 2, sprake is van resonantie tussen beide verhalen.

6. Conclusie

De verslechtering van het milieu, de vereenzaming, de toename van burn-out en depressiviteit en het groeiende aantal jongeren met mentale problemen maken de theorie van Rosa actueel en urgent. Het verhaal van Franciscus biedt Rosa’s theorie een mogelijk te volgen pad. Onttrekken is moeilijk, maar mogelijk, en daarmee verdiept het verhaal van Franciscus deze theorie.

Franciscus is niet het enige spirituele verhaal. Het is goed denkbaar dat het bestuderen van andere (heilige-)levens vergelijkbare inzichten geeft. Gezien de problematiek lijkt me dit een zinvolle volgende stap.

7. Nawoord

Broeder B. heeft mij geholpen met het duiden van concepten uit Rosa’s theorie binnen Franciscus’ spiritualiteit. Ik ben hem dankbaar, want het gesprek met hem heeft het concept resonantie tussen verhalen doen ontstaan.

Toen ik wegging was er nog één los eindje. Had broeder M. zelf mijn bed opgemaakt voordat ik kwam? Het leek me onwaarschijnlijk. Hij is overste en hij is 85. Hij verzekerde mij echter dat hij altijd zelf de bedden opmaakt voor de gasten: “Het is namelijk een lastig karweitje om goed onder de bedden te komen”. Broeder M. liet mij hiermee zien wat dienen en minderbroeder-zijn in de praktijk betekent.

1H. Rosa, Leven in tijden van versnelling, hoofdstuk 11

2W. Speelman, Nature as a Mystery in a Problem Oriented World: Francis of Assisi’s Canticle of the Creatures, 201

3Onder verhalen vallen ook theorieën en spirituele richtingen.

4Rosa, Resonance, 165

5ibidem, 164

6ibidem, 67

7ibidem, 173

8ibidem, 184

9A. Jansen, Franciscus van Assisi, 16 -18

10ibidem, 20

11W. Speelman, Freeman, Eijnden, Om de hele wereld: Inleiding in de franciscaanse spiritualiteit, 32

12Rosa, Leven in tijden van versnelling , 32 – 35

13Rosa, Resonance, 210–214, en met name 214

14Rosa, Leven in tijden van versnelling 81, 82

15ibidem, 83

16ibidem, 23

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *